1. Al-Fatihah (Het Begin)

– In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle. –
Bismillahi rahmani rahim

1. In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.
Bismi Allahi alrrahmani alrraheem

2. Alle lof zij Allah, de Heer der Werelden.
Alhamdu lillahi rabbi alAAalameen

3. De Barmhartige, de Genadevolle.
Alrrahmani alrraheem

4. Meester van de Dag des Oordeels.
Maliki yawmi alddeen

5. U alleen aanbidden wij en U alleen smeken wij om hulp.
Iyyaka naAAbudu wa-iyyaka nastaAAeen

6. Leid ons op het rechte pad.
Ihdina alssirata almustaqeem

7. Het pad dergenen, aan wie Gij gunsten hebt geschonken – niet dat van hen, op wie toorn is nedergedaald, noch dat der dwalenden.
Sirata allatheena anAAamta AAalayhim ghayri almaghdoobi AAalayhim wala alddalleen

205


Het eerste hoofdstuk van de Koran is surah Al-Fatiha. Dit vers is geopenbaard toen de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) in Mekka woonde.

HADITH:

Op gezag van Aboe Hoerairah (RA), die het van de Profeet (SAW) (gehoord) heeft, die zei:

“Wie een gebed verricht zonder daarin de oemmoel Qor’aan (Soerah al-Fatiha) te lezen, daarvan is het gebed onvolmaakt (en hij herhaalde dit woord drie maal), onvolledig.”

Iemand zei tegen Aboe Hoerairah: “(Zelfs als) we achter een imaam staan? (Dwz als we achter een imaam staan en naar hem luisteren als hij de Fatiha reciteert)”
Hij zei: “Reciteer het voor jezelf, want ik heb de Profeet (SAW) horen zeggen:

“Allah (SWT), heeft gezegd: “Ik heb het gebed tussen Mijzelf en Mijn dienaar in tweeën verdeeld, en Mijn dienaar krijgt waarom hij vraagt.

Als mijn dienaar zegt:
“Alhamdoe lillahi rabbi l-‘alamien (Alle lof zij Allah, de Heer der Werelden),” zegt Allah (SWT): “Mijn dienaar heeft Mij geprezen.”

En als hij zegt:
“Ar-rahmaani r-rahiem (De Erbarmer, de Meest Barmhartige)” zegt Allah (SWT): “Mijn dienaar heeft Mij verheven”

en als hij “Maaliki yawmi d-din (De Heerser op de Dag des Oordeels)”, zegt, zegt Allah: “Mijn dienaar heeft Mij verheerlijkt” -en bij een gelegenheid zei Hij: “Mijn dienaar heeft zich aan Mijn macht onderworpen.”

En als hij zegt:
“Iyyaka na’boedoe wa iyyaka nasta’ien (U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp)”. Zegt Hij: “Dit is tussen Mij en mijn dienaar en Mijn dienaar krijgt wat hij vraagt.”

En als hij zegt:
“Ihdina s-siraata l-moestaqiem, sirata lladziena an’amta ‘alaihim ghairil maghdoebi alaihim wa la ddaallien (Leid ons op het rechte Pad. Het Pad van degenen aan wie U gunsten hebt geschonken, niet van degenen op wie de toorn rust en niet dat de dwalende)”. Zegt Hij: “Dit is voor Mijn dienaar en Mijn dienaar zal krijgen wat hij vraagt.”

Dit is overgeleverd door Moeslim (ook door Malik, at-tirmidhi, Aboe Dawoed, an-Nasa’i en ibn Maadjah).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s