107. Al-Maa’oen (Handelen uit Goedheid)

1. Heb jij degene gezien die religie verloochent?
Araayta allathee yukaththibu bialddeeni

2. Dat is degene die de wees hardhandig behandelt,
Fathalika allathee yaduAAAAu alyateema

3. En die niet aanspoort tot het voeden van de behoeftigen.
Wala yahuddu AAala taAAami almiskeeni

4. Dus wee de biddenden,
Fawaylun lilmusalleena

5. Die achteloos omgaan met hun gebed!
Allatheena hum AAan salatihim sahoona

6. Die (goed)doen om gezien te worden,
Allatheena hum yuraoona

7. En die het nalaten te handelen uit goedheid.
WayamnaAAoona almaAAoona

qoraish-vorigesurahhoofdstuk-svAllahalkauthar-volgendesurahhoofdstuk-svAllah


In weerwil van de in de vorige twee hoofdstukken genoemde gunsten, die de Qoereisjieten geschonken waren, loochenden zij het oordeel en traden de rechten der wezen en armen met voeten. Dit hoofdstuk wordt De Aalmoes genoemd, omdat zij de armen de aalmoes onthielden. Het is een dwaling om het als een Madinese openbaring te beschouwen; het behoort ongetwijfeld tot het Vroeg- Makkaanse tijdperk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s