113. Al-Falaq (De Dauw)

1. Zeg: “Ik zoek mijn toevlucht bij de Heer van de dageraad.
Qul aAAoothu birabbi alfalaq

2. Tegen het kwade van wat Hij heeft geschapen.
Min sharri ma khalaq

3. En tegen het kwade van de duisternis wanneer deze zich verspreidt.
Wamin sharri ghasiqin itha waqab

4. En tegen het kwaad van degenen die (kwalijke zinspelingen) inblazen in vaste besluiten.
Wamin sharri alnnaffathati fee alAAuqad

5. En tegen het kwaad van de afgunstige, wanneer hij afgunstig is.”
Wamin sharri hasidin itha hasad

alichlaas-vorigesurahhoofdstuk-svAllahan-naasvolgendesurahhoofdstuk-svAllah


Dit hoofdstuk en het hierop volgende leren de mens, hoe hij zijn toevlucht tot Allah moet nemen en hoe hij Zijn bescherming moet zoeken. Daar dit onderwerp in Makkaanse openbaringen behandeld is, zoals in hoofdstuk 16 en 41, moeten de twee hoofdstukken te Makkah geopenbaard zijn geweest, en volgens Rodwell, die de mening is toegedaan, dat zij respectievelijk het zesde en het zevende in de volgorde der openbaring zijn, behoren zij tot de eerste Makkaanse openbaringen. De vele verhalen omtrent hun Madinese oorsprong, zoals sommige commentatoren zeggen, zijn in geen authentiek verslag te vinden, en bijgevolg moet zulke verhalen verworpen worden. De Heilige Qoer-An begint dus met bijstand te zoeken van het Goddelijk Wezen in de uitdrukking Biesmiellaah en besluit met in deze twee hoofdstukken tot Hem toevlucht te nemen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s